Info: cm.aalbers@wxs.nl


Scroll naar beneden voor de synopsis


Scheepje onder Jezus hoede
Ruwe stormen mogen woede

 

Het schilderij
Naar aanleiding van bovenstaande gezangen: Scheepje onder Jezus hoede, de kruisvlag hoog in top.
Storm op een holle, hoge en woeste zee. We hebben Vaders Zoon aanboord, een lichtstraal vanuit de donkere lucht schijnt op het bootje.

 
Ruwe stormen mogen woede, alles om mij heen zij nacht.
God houdt voor mijn heil de wacht. zijne liefde blijft mij leiden:
door een nacht, hoe zwart, hoe dicht, voert Hij mij in 't eeuwig licht.
Iemand in het bootje wijst naar het strand en op de voorplecht worden dankbaar
de handen opgeheven. Het veilig strand is in zicht.

Note:
Diep en zeer koud water waar ís avonds de warme woestijn wind over waait,
wordt een onstuimige woeste zee met golven van alle kanten.
Vaak gepaard met harde windstoten.

 


Scheepje onder Jezus hoede

't Scheepje onder Jezus' hoede,
met de kruisvlag hoog in top,
neemt als arke der verlossing
allen die in nood zijn op.
Al slaat de zee ook hol en hoog
en zweept de storm ons voort,
wij hebben 's Vaders Zoon aan boord,
en 't veilig strand voor oog.

Zonne, bied dat scheepj' uw glanzen,
koeltjes stuwt het zacht vooruit;
golven, steunt gebed en psalmzang
met uw zilv'ren maatgeluid.
Al slaat .... enz.

Arme zondaar, zie de kruisvlag,
wapp'rend langs de oceaan,
weet! de Heer is in ons midden,
kom! neem uw verlossing aan!
Dies rijst een lied tot God omhoog,
rijst vol een dankakkoord:
wij hebben 's Vaders Zoon aan boord,
en 't veilig strand voor oog.

 
 


Ruwe stormen mogen woeden

God heeft mij zijn Zoon gegeven,
door 't geloof nam ik Hem aan;
ja, ik weet het, ik zal leven,
en door Hem ten hemel gaan.
Zelfs eer ik nog was geboren,
heeft mij God in Hem verkoren,
eer zijn woord met scheppersmacht
dit heelal tot aanzijn bracht.

Jezus Christus is gestorven,
is verrezen, ook voor mij,
heeft de zegepraal verworvenen



het leven, ook voor mij.
Aan Gods rechterhand gezeten,
zal Hij nimmer mij vergeten,
maar, uit deernis met mijn lot,
treedt Hij voor mij in bij God.

Ruwe stormen mogen woeden,
alles om mij heen zij nacht,
God, mijn God zal mij behoeden,
God houdt voor mijn heil de wacht.
Moet ik lang zijn hulp verbeiden,
zijne liefde blijft mij leiden:
door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,
voert Hij mij in 't eeuwig licht.